Wetswijziging nieuw beslagrecht

Wijzigingen

 

Per 1 april 2021 wijzigt het beslagrecht ten aanzien van het beslag op motorrijtuigen en aanhangwagens. Art. 442 Rv is compleet nieuw en introduceert de mogelijkheid om deze zaken in beslag te nemen zonder dat de deurwaarder deze voertuigen heeft gezien. De deurwaarder hoeft niet langer fysiek op pad om het voertuig op te sporen en er volgens beslag op te leggen. Via het kentekenregister van de Rijksdienst Wegverkeer (RDW) legt de deurwaarder  ~ van achter zijn bureau ~ het beslag. Slechts Nederlandse kentekens zijn in het kentekenregister ingeschreven.

Per 1 april 2021 wijzigt het beslagrecht ten aanzien van het beslag op motorrijtuigen en aanhangwagens. Art. 442 Rv is compleet nieuw en introduceert de mogelijkheid om deze zaken in beslag te nemen zonder dat de deurwaarder deze voertuigen heeft gezien. De deurwaarder hoeft niet langer fysiek op pad om het voertuig op te sporen en er volgens beslag op te leggen. Via het kentekenregister van de Rijksdienst Wegverkeer (RDW) legt de deurwaarder  ~ van achter zijn bureau ~ het beslag. Slechts Nederlandse kentekens zijn in het kentekenregister ingeschreven.

 

De deurwaarder kan beslag leggen op alle voertuigen die daarin staan ingeschreven, ook al bevinden zij zich in het buitenland op het moment van beslaglegging. De ambtshandeling vindt immers in Nederland plaats. Het beslag wordt zo spoedig mogelijk ingeschreven in het kentekenregister. Binnen drie dagen na inschrijving ervan moet het worden betekend aan de schuldenaar. Inschrijving zorgt ervoor dat het kenteken niet kan worden overgeschreven. Op de website van de RDW is voor iedereen zichtbaar dat het voertuig niet overgeschreven kan worden. De deurwaarder is verantwoordelijk voor het beëindigen van de inschrijving van het beslag in het register in geval van een executieverkoop of een eerdere opheffing van het beslag (omdat de vordering waarvoor beslag is gelegd voldaan is).

 

Atr. 556 lid 3 Rv

Verder treedt art. 556 lid 3 Rv in werking per 1 april 2021. Dit betekent dat de gemeente verantwoordelijk is voor het meevoeren en opslaan van ontruimde zaken na een woningontruiming. Bij een ontruiming van een bedrijfsruimte is de gemeente hiertoe niet verplicht. Dit maakt een einde aan de grote verschillen in gemeentelijk beleid ten aanzien van woningontruimingen. Het nieuwe artikel verplicht de gemeente om op basis van de Algemene wet bestuursrecht namens de ontruimde huurder tijdig in actie te komen.

 

De Algemene wet bestuursrecht regelt de verwijdering en opslag van inboedels, met inbegrip van een retentierecht voor de gemaakte (opslag)kosten. Ingevolge art. 5:29 Awb is de gemeente bevoegd tot het afvoeren en opslaan van daarvoor vatbare zaken voor zover de toepassing van bestuursdwang dit vereist. In art. 5:30 Awb is bepaald dat na dertien weken de zaken verkocht kunnen worden of “gratis” aan een derde in eigendom kunnen worden overgedragen of kunnen worden vernietigd. Een verkoop, eerder dan dertien weken, is toegestaan zodra de (opslag)kosten in verhouding tot de waarde van de zaken onevenredig hoog worden. De door de gemeente gemaakte kosten kunnen worden doorberekend aan de verhuurder, die de kosten op zijn beurt mag verhalen op de schuldenaar.