Valt een onderbewindstelling naar Belgisch recht om te zetten in een Nederlands bewind? Zo’n kwestie wordt geregeld in het Haags Volwassenenbeschermingsverdrag. De kantonrechter Den Bosch heeft er zich vorig jaar over gebogen.

Haags Volwassenenbeschermingsverdrag

Valt een onderbewindstelling naar Belgisch recht om te zetten in een Nederlands bewind? Aangezien de zaak een internationaal karakter heeft ~ de betrokkene en haar ouders, die uitvoering geven aan het bewind, hebben de Belgische nationaliteit ~ dient allereerst de vraag beantwoord te worden of de Nederlandse rechter het Belgisch bewind al dan niet moet erkennen. De rechter meent dat dit het geval is en wel op grond van art. 22 van het HVV. Volgens vaste jurisprudentie worden kwesties over meerderjarigenbescherming bestreken door het Verdrag inzake de internationale bescherming van volwassenen van 13 januari 2000, ook wel het Haags Volwassenenbeschermingsverdrag (het HVV), en bestaat er ruimte voor anticiperende toepassing van de bepalingen van dit verdrag.

In casu staat vast dat er sprake is van een meerderjarige, met de Belgische nationaliteit, woonachtig in Nederland in een zorginstelling, en dat zij niet in staat is om haar eigen belangen te behartigen. Zij heeft daarom de zwaarste vorm van bewind naar Belgisch recht, hetgeen te vergelijken is met een Nederlandse ondercuratelestelling. Omdat betrokkene in Nederland woont, wordt de maatregel op grond van art. 14 HVV beheerst door het Nederlands recht. Als vervolgens blijkt dat het contact met de ouders zeer moeizaam verloopt en dit de zorg aan haar negatief beïnvloedt, benoemt de rechter een Nederlandse professionele bewindvoerder en mentor.

De rechter hoopt dat ouders inzien dat deze beslissing niet is genomen om hen te diskwalificeren of buiten spel te zetten, maar zou kunnen bijdragen aan (het herstel van) het contact met hun dochter en dat ouders weer “gewoon” ouders kunnen zijn van betrokkene.

De kantonrechter ’s-Hertogenbosch kwam tot deze beslissing op 27 oktober 2023 (RBOBR:2023:6566).