Het huurprijswijzigingsbeding: is het eerlijk?
In huurovereenkomsten staan vaak oneerlijke bedingen in de zin van de Richtlijn oneerlijke bedingen (hierna: de Richtlijn). Vooral het oneerlijke huurprijswijzigingsbeding blijkt in de praktijk een doorn in het oog voor verhuurders. Immers, als het huurprijswijzigingsbeding wordt vernietigd, kan dat leiden tot de conclusie dat voor het periodiek verhogen van de huur achteraf gezien (al dan niet deels) geen juridische grondslag bestaat. Met andere woorden: de huurprijsverhoging is (deels) onverschuldigd betaald, zoals bedoeld in art. 6:203 BW, zodat de huurder in beginsel een vordering tot terugbetaling van het te veel betaalde heeft. Uit de feitenrechtspraak en de rechtsliteratuur blijkt dat een aantal vragen gesteld kunnen worden met betrekking tot het huurprijswijzigingsbeding.
De Hoge Raad heeft een aantal van die belangrijke vragen betreffende ambtshalve toetsing van het huurprijswijzigingsbeding beantwoord in zijn uitspraak van 29 november 2024. In deze bijdrage wordt ingegaan op de juridische stand van zaken van het huurprijswijzigingsbeding.