Het is altijd spannend voor een appellant als de wederpartij meent dat in hoger beroep de verkeerde partij is gedagvaard. Onlangs is hierover een oude uitspraak van het gerechtshof Den Haag gepubliceerd. In plaats van de onderbewindgestelde had de bewindvoerder q.q. gedagvaard moeten worden.
Verkeerde formele procespartij gedagvaard in hoger beroep
Als in hoger beroep een onderbewindgestelde binnen de appeltermijn van drie maanden rechtstreeks wordt gedagvaard in plaats van zijn bewindvoerder en de bewindvoerder alsnog buiten de appeltermijn wordt gedagvaard, leidt dat niet tot een niet-ontvankelijk van het hoger beroep. Hoewel in strijd is gehandeld met het arrest van de Hoge Raad van 7 maart 2014 (HR:2014:525), waarin bepaald is dat de beschermingsbewindvoerder als formele procespartij heeft te gelden, leidt het niet tot niet-ontvankelijkheid.
In het voorliggend geval kan gebruik worden gemaakt van het arrest van de Hoge Raad van 24 juni 2016 (HR:2016:1311). Hierin wordt zelfs nog de gelegenheid geboden om een formele procespartij gedurende een cassatieprocedure op te roepen, omdat er binnen de appeltermijn is gedagvaard en het voorwerp van het geding een vermogensrechtelijke kwestie is. Het niet binnen de appeltermijn tot het geding oproepen van de formele procespartij, maar wel van de materiële partij, leidt niet tot niet-ontvankelijkheid. Het gerechtshof Den Haag kwam tot deze beslissing op 25 oktober 2022 (GHDHA:2022:2999).