Herstelperikelen: verzet bij de verkeerde rechter

Soms wordt er verzet ingesteld tegen een vonnis in kort geding door de wederpartij op te roepen tegen een reguliere rolzitting van de rechtbank. Hoe loopt dat af?

Als het verzet in kort geding tijdig is ingesteld, maar op een verkeerde manier, namelijk door een oproeping om te verschijnen op een reguliere rolzitting van de rechtbank om 10.00 uur en zonder dat vooraf een datum bij voorzieningenrechter is aangevraagd. Loopt het toch nog goed af voor de opposant. Het verzet had weliswaar bij de voorzieningenrechter ingesteld moeten worden, maar de zaak wordt met analogische toepassing van art. 73 Rv naar de voorzieningenrechter verwezen om daar overeenkomstig art. 259 Rv als kort geding te worden voortgezet (zie rechtbank Arnhem 5 april 2006, RBARN:2006:AX9379 en rechtbank Gelderland 20 juli 2016, RBGEL:2016:4064).

Een dergelijke verwijzing past in het huidige burgerlijk procesrecht waarin de tendens is dat bij een gebrekkige aanvang van een procedure zoveel mogelijk gelegenheid moet worden geboden tot reparatie. Wanneer een procedure is gestart met het verkeerde procesinleidende stuk of wanneer niet de juiste rechter is gekozen, dan hoeft dat niet te leiden tot nietigheid van dat stuk of tot niet-ontvankelijkheid. De rechter kan de procedure in een dergelijk geval op grond van de artikelen 69 tot en met 76 Rv alsnog in juiste banen leiden. De voorzieningenrechter Den Haag kwam op 6 december 2023 (RBDHA:2023:19047) tot deze beslissing.