Beslag op huurtoeslag

Mag een verhuurder beslag leggen op een huurtoeslag voor een “oude” huurschuld? De Hoge Raad heeft onlangs duidelijkheid gegeven. 

Beslag op een huurtoeslag

De Hoge Raad oordeelt op 24 juni 2022 (HR:2022:931) dat een verhuurder, met wie de huurder een lopende huurovereenkomst heeft, beslag kan leggen op de huurtoeslag van de huurder voor een “oude” huurschuld. Het is niet zo dat beslag op een huurtoeslag alleen is toegestaan voor de voldoening van lopende huurtermijnen en dat incasso van een oude huurschuld niet mogelijk zou zijn. Ongeacht of de huurschuld “oud” of “nieuw” is, kan de verhuurder beslag leggen op de huurtoeslag.

De wetgever heeft een inhoudelijk verband gelegd tussen de vordering van de verhuurder en de huurtoeslag. Een door de tijd bepaald onderscheid is niet aan de orde. Bovendien wordt een executoriaal beslag vrijwel steeds gelegd voor schulden die in het verleden zijn ontstaan; een executoriale beslaglegging op de huurtoeslag voor de periode waarop de achterstallige huur betrekking heeft, is nagenoeg niet mogelijk, omdat de toeslag vóórafgaand aan de betreffende maand al wordt uitgekeerd. Dit zou slechts anders zijn in geval van een nabetaling.

Het feit dat het incasseren van een oude huurschuld door de beslaglegging op de huurtoeslag logischerwijs een ‘nieuwe’ huurschuld doet ontstaan in gevallen waarin de huurder zonder de huurtoeslag de lopende huurtermijnen niet kan betalen, maakt dit niet anders. Als die situatie zich voordoet, is dat een omstandigheid die de rechter moet betrekken bij de beoordeling of de nieuwe huurschuld een tekortkoming is die, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, de ontbinding van de huurovereenkomst met haar gevolgen niet rechtvaardigt (art. 6:265 lid 1 BW). Verder overweegt de Hoge Raad dat als de verhuurder beslag legt op de huurtoeslag van een huurder, art. 45 lid 1, aanhef en onder a, Awir niet eraan in de weg staat dat het beslag ook strekt tot verhaal van de rente en kosten die de huurder over de huurschuld verschuldigd is.

Aan de formulering “een vordering tot nakoming van een betalingsverplichting wegens een geleverde prestatie” in art. 45 lid 1, aanhef en onder a, Awir en aan de parlementaire geschiedenis kan geen aanknopingspunt voor een andere opvatting worden ontleend.

Deze casus maakt deel uit van de cursus Beslagvrije voet.

Bekijken