Recofa-richtlijn vrij te laten bedrag

Moet de rechter-commissaris in geval van een faillissement van een natuurlijk persoon altijd het vrij te laten bedrag vaststellen op basis van de Recofa-richtlijnen? De Hoge Raad heeft onlangs deze vraag beantwoord.

Recofa-richtlijnen vormen geen recht in de zin van artikel 79 RO

De Hoge Raad oordeelt op 15 juli 2022 (HR:2022:1093) dat de Recofa-richtlijnen voor schuldsaneringsregelingen niet kunnen worden aangemerkt als recht in de zin van artikel 79 RO. Dit betekent dat een rechter-commissaris hieraan niet is gebonden op grond van algemene beginselen van behoorlijke rechtspleging. De richtlijnen zijn immers 'slechts' goedgekeurd door het landelijk overleg van rechters-commissaris in faillissementen en surseances van betaling (Recofa) en het Landelijk Overleg Vakinhoud Civiel en Kanton & Toezicht (LOVCK&T).

Deze richtlijnen zijn niet vastgesteld door een instantie die bevoegd is om rechters (en burgers) op grond van algemene beginselen van behoorlijke rechtspleging te binden in het gebruik dat zij maken van de hun door de wetgever gelaten ruimte. De rechter-commissaris mag afwijken van de berekening van het vrij te laten bedrag in geval van een faillissement van een natuurlijk persoon. De “kan-bepaling” van art. 2.2 onder b van de Recofa-richtlijn duidt hierop.

Deze casus komt terug in de cursus Wsnp

Bekijken